Tuinders
Tuinders
Talent op de tuin – Tineke

40 jaar lid van de tuinvereniging: interview met Magda
Magda is in september 40 jaar lid van de tuinvereniging. We willen haar graag feliciteren. Veertig jaar is een hele tijd als je bedenkt dat het in Nederland steeds minder voorkomt dat mensen zich willen binden aan een vereniging, laat staan zich willen inzetten in een bestuur.
Je zou kunnen denken dat je een bevlogen tuinder bent als je een 40-jarig jubileum vol maakt bij een tuinvereniging. Toch blijkt er een verrassend verhaal achter te zitten.
Magda’s vader heeft jarenlang een grote moestuin met daarin ook kippen gehad. Dat was niet zozeer voor het plezier. Het was vooral noodzaak. Als jong meisje werd Magda ook geacht mee te helpen. Haar eerste associatie met tuinieren is dan ook niet die van een aangename vrijetijdsbesteding. Voor Ruud lag dat heel anders. Magda vertelt dat Ruud zelfs boontjes heeft gekweekt in de dakgoot van zijn woning in Rotterdam.
Toen Ruud zich in de jaren tachtig wilde inschrijven bij een tuinvereniging was daar een groot gebrek aan bestuursleden en de vereniging kwam daardoor niet van de grond. Daarom liet Magda zich als lid inschrijven en ging ook in het bestuur van de vereniging, die toen nog aan de Maatveldse weg was.
Voor de bouw van Nesselande moest de tuinverenging daar weg en werd, na jaren van onzekerheid, in 2007 het tuinencomplex gestart op de huidige locatie. Het was toen letterlijk barre grond. Het verenigingsgebouw was 2 bij 1 meter en niet meer dan een toilet en wastafel. Het is nu – met de huidige wachtlijsten-moeilijk voor te stellen, maar toen waren niet alle tuinen in gebruik.
Er moest ook een keuze gemaakt worden. Wat voor een vereniging wil je zijn? Met veel regels, verplichte corvees en formaliteiten? De bestuursleden die ervaring hadden met de eerdere tuinvereniging richtten de verenging zo in dat de taken in de gemeenschappelijke ruimte door de leden uitgevoerd konden worden, maar ook dat er tuinwerkzaamheden uitbesteed konden worden.
Zo is de vereniging geworden zoals hij nu is. Magda vertelt dat ze ook verandering ziet.
Er zijn inmiddels nieuwe tuinders. Ook weer jongere tuinders. En dat maakt ook dat het gezamenlijk activiteiten ondernemen weer in de lift zit.
Magda is na velen jaren penningmeester te zijn geweest, nu met bestuurspensioen. Ze heeft dat werk veel jaren met overgave gedaan. (Ook voor de AVVN, trouwens.) Maar het is ook goed om te kunnen stoppen nu ze weet dat haar werk goed voortgezet wordt door het huidige bestuur.
Hoewel ze zelf niet zo’n tuinder is, vindt ze het verwerken van de oogst wel heel plezierig. Het inmaken van de groente, het maken van jam, ze doet het graag. Daarnaast is de tuin ook een heerlijk plek om tot rust te komen.
Behalve Ruud genieten ook enkele mensen uit hun kring van het verblijven in de tuin. Ze helpen hier en daar mee en vaak is het ook een kennis maken met het tuinieren in een moestuin.
Op mijn vraag wat een goede reden is om een moestuin te hebben, antwoordt ze dat het kunnen eten uit eigen tuin van onbespoten en zoveel smakelijkere groente en lekkerder fruit, een ervaring is. Wie ooit boontjes en bloemkool uit eigen tuin heeft gegeten, wil liever niet meer de groenten uit de supermarkt. Bovendien zijn sommige “ouderwetse” groentes helemaal niet te koop in de winkel. Een goede reden om géén moestuin te hebben is wel tijd. In een groentetuin moet je iedere dag wel een uurtje werken, vindt Magda. In een siertuin toch ook een paar keer in de week. Dat vraagt vaak toch wel een investering in tijd die aankomende tuinders zich niet altijd realiseren.
We hopen dat Magda, met Ruud, nog veel jaren van hun tuin zullen genieten.
Hetti, tuin 16
Talent op de tuin – Tineke

Talent op de tuin – Liesbeth
In iedere nieuwsbrief nodigen we één van de leden uit om een stukje te schrijven over zijn vakmanschap, passie of hobby. Deze keer is dat: het landleven van Liesbeth (tuin 21).

Zeventien jaar later:
Stelt u zich eens voor: je woont je leven lang al in de Randstad, niet bepaald een omgeving waar het landleven gevoel zomaar voor het opscheppen ligt.
Als je er moeite voor doet én je hebt er oog voor, dan zijn er natuurlijk ook in de Randstad prachtige plekjes te vinden, maar vaak is het kijken met toegeknepen ogen, want in de verte blijven masten, schoorstenen de horizon vervuilen, nog maar niet te spreken van de eindeloze files.
Sinds mijn kinderjaren droomde ik al van een moestuin. Een steeds terugkerend beeld, waar ik kon wroeten in de aarde, mijn boontjes kon oogsten en de verse worteltjes als oranje zonnetjes tevoorschijn zou toveren.
Ik had een beeld van opgekweekte stekjes uit de koude bak, uien die in bossen te drogen hingen, dahlia’s en zonnebloemen die ik zou plukken en op de eettafel wekelijks een vaas vol korenbloemen en lavatera.
Het bleef bij dagdromen maar het werd een verhuizing naar Nieuwerkerk aan den IJssel naar een appartement met terras. Het bleef een onbereikbare droom, maar dat veranderde toen er in de krant een artikeltje verscheen met het bericht dat er in recreatiegebied Hitland, een Volkstuincomplex zou worden opgericht. Dit moest het moment zijn waarop ik jaren had gewacht.

Ik reageerde direct en kreeg een stukje land van 220 vierkante meter en ging direct aan de slag.
Een periode van hard werken brak aan. De grond bestond uit zware klei, het was er nat, het onkruid tierde welig, maar het was ook een verstild plekje aan een sloot waar een zwanenechtpaar plechtig voorbijgleed en me minzaam begroette.
Ik was gedreven en vastbesloten er een paradijsje van te maken. Ik ontwierp een tuinplan en schafte tuingereedschap aan. Mijn man Henk, ook enthousiast geworden, hielp mij waar hij maar kon. Het omspitten was een zware klus, maar ik bewerkte de aarde, strooide kalk, bemestte met organische meststoffen en knuffelde mijn tuin bijna dood, zoals mijn buurman zuinig opmerkte.
Het deerde me niet, ik verslond tuinboeken en veranderde in een lopende moestuinencyclopedie.
Henk maakte verhoogde groentebedden, ontwierp ronde bloemperken, legden paden aan van houtsnippers en maakten piramides van bonenstokken.
Ik zaaide, plantte en stekte dat het een lieve lust was en toen begon het wachten, ik keek de groenten bijna de grond uit en wiedde onverstoorbaar het snel groeiende onkruid.
Noem het beginnersgeluk of het resultaat van een goede voorbereiding, maar de beloning was de hoofdprijs.
Ik stond erbij en kon slechts verbaasd naar de boontjes, worteltjes, rode kool en de sla die trots de grond uitkwamen.
Nu ik voor het 17e seizoen mijn moestuin bewerk, kan ik slechts één conclusie trekken:
Je hoeft niet altijd te verhuizen naar een huisje op het platteland, het ware landleven gevoel kan ook groots zijn in kleine dingen.
Talent op de tuin – Tineke

Talent op de tuin – Tineke
In iedere nieuwsbrief nodigen we één van de leden uit om een stukje te schrijven over zijn vakmanschap, passie of hobby. Deze keer is Tineke (echtgenote van Freek, tuin 25) aan de beurt. Zij vertelt over waar haar passie voor tuinieren vandaan komt.
Zes jaar geleden ben ik gestopt met mijn werk als doktersassistente in het GHZ Zuidplas. Precies op dat moment waren wij aan de beurt op de wachtlijst van de moestuin. Wij konden in tuin 25 gaan tuinieren. Het was (en is) een prachtige plek om na mijn pensionering in de natuur bezig te zijn.

Twee jaar eerder is Freek gestart met een stamboomonderzoek naar onze voorouders. De eerste periode van het onderzoek begint met de gegevens tot 1900 die in de familie bekend zijn. Mijn oma aan moeders kant, is in 1919 getrouwd met Andreas Albertus Agterberg. Hij was hovenier in Abstede te Utrecht.
Toen hij is overleden, is mijn oma een kruidenierszaak begonnen op de Abstederdijk.
en daarmee is in mijn familie een einde gekomen aan de “hovenier” periode van de Agterbergen.

In jaren 60 van de vorige eeuw had de gemeente Utrecht het verkeersplan om een invalsweg dwars door Abstede te laten lopen. Veel oude bewoners, waaronder de nog overgebleven hoveniers, verhuisden naar elders. Door de onzekerheid over de toekomst van het gebied trokken veel gezinnen weg, waardoor ook de middenstand en veel winkels verdwenen. De invalsweg is er echter nooit gekomen.
Tot 9 generaties terug (1900 tot ca 1700) is meestal de stamboom informatie op het internet te vinden met het zoekprogramma https://wiewaswie.nl in de archieven.

Met info van het in 1986 gepubliceerde boek van de heer
F.J. Scheepens met de titel “Utrechtse hoveniersgeslachten, genealogieën van ca “1600-1900” ” is de stamvader van het Agterberg hoveniers geslacht gevonden.
13 generaties terug (in ca 1600) heeft deze “stamvader”, Willem Acrynszoon, als hovenier in Abstede gewerkt.
Mijn passie voor tuinieren komt dan ook niet uit de lucht vallen. Al 400 jaar lang hebben de Agterbergen in Abstede getuinierd, het zit dan ook waarschijnlijk in mijn genen.

Toen de hoveniers in de jaren 70 van de vorige eeuw uit Abstede waren weggetrokken is de vrij gekomen tuinbouwgrond door de omwonenden “gekraakt”.
Uit dit bewonersinitiatief ontstond begin jaren 80 de Tuindersvereniging Abstede. Dit moestuin pareltje ligt in Utrecht verborgen aan de Minstroom.
Bijna net zo mooi als ons moestuincomplex ha ha.
Kijk zelf maar eens op het RTV Utrecht filmpje:
“van Rossem Vertelt: Verdwenen hoveniers” https://youtu.be/Xl9wBzYO1QU?feature=shared
Afscheid Rob

Afscheid Rob
Tijdens de ledenvergadering van 20 april 2024 werd medegedeeld dat Rob zich terugtrekt uit het bestuur. Voorzitter Martin en secretaris Cees zochten hem op om de dank voor de vele jaren inzet voor de vereniging uit te spreken.
Nieuw bestuurslid: Heleen

Nieuw bestuurslid: Heleen
Op de ALV van 11 april 2024 is Heleen gekozen als nieuw bestuurslid.
Ik ben nu samen met mijn vriend Frederik 4 jaar lid van de tuinvereniging. Wij zijn zulke bofferds! We hebben precies de tuin gekregen die we van tevoren het allerliefst wilde hebben: nummer 27, rechts achteraan in de hoek. Helemaal beschut en afgelegen, aan 2 kanten omringd door sloten, echt een paradijsje! En al snel bleek ook nog dat we aan weerszijden fijne buren hebben en dat we nauwelijks geplaagd worden door heermoes! Ik vind het heerlijk om er met mijn handen in de aarde te wroeten, gras te knippen, onkruid te wieden en in de hangmat naar het ruisen van de wind en het kwetteren van de vogels te luisteren. En ik geniet enorm van de gemeenschap van medetuinierders, van jullie dus! Ik vind het heel leuk om kletspraatjes over de heg te maken en tips en ervaringen te delen, te klagen over de slakken en om inspiratie bij elkaar op te doen. Daarom zit ik ook in de kruidentuincommmissie – en ben ik nu dus bestuurslid geworden.
Sinds een paar nummers verzorg ik de opmaak van de nieuwsbrief van de tuin. Ik hoop dat jullie ‘m mooi vinden! Als je verbetersuggesties hebt, hoor ik het graag. Eén van de dingen die ik zelf heel graag al een tijd zou willen, is het (laten) maken van een website voor onze vereniging. Waar we dan onder andere het laatste nieuws op kunnen plaatsen, iedereen altijd de agenda kan terugvinden en het reglement, waar we tips met elkaar kunnen delen. Dat ga ik de komende periode oppakken. Wil jij met mij meedenken over onze website? Of heb je ervaring met het bouwen ervan, of ken jij iemand die dat zou kunnen? Laat het me weten!
Heleen – tuin 27
Talent op de tuin – Peter

Talent op de tuin – Peter
In iedere nieuwsbrief nodigen we een van de leden uit om een stukje te schrijven over zijn vakmanschap, passie of hobby. Deze keer is Peter (partner van Anna, tuin 14) aan de beurt. Hij vertelt over het vak van goudsmid.
Een aantal jaren geleden heb ik de opleiding tot Goudsmid afgerond aan de Vakschool Schoonhoven. Daar heb ik 4 jaar over gedaan. Dat was best lastig, want ik heb deze studie gedaan naast mijn fulltime baan.
In de opleiding leer je naast de technische vaardigheden ook tekenen en ontwerpen, graveren en bedrijfsmatige vaardigheden. Het leuke is dat je in een klas komt met mensen die overal vandaan komen en vaak ook al enige ervaring meebrengen. Gedurende de vier opleidingsjaren ontwikkel je je vanaf de basis en dat betekent vooral: kilometers maken, het meester worden van je gereedschap. Ook zit er een stage bij, die vaak zeer leerzaam is. Een van de dingen die je op school bijvoorbeeld niet leert, is het uitvoeren van reparaties. Een goede goudsmid is in staat om op adequate en professionele wijze reparaties uit te voeren conform de wensen van de klant. Het is heel leerzaam omdat je je verdiept in de constructie van ontwerpen.
Na de opleiding ben ik in de praktijk werkzaam geweest, in een atelier in Delft. Dit was een atelier in het hogere (midden) segment. Alle soorten goud en veel edelstenen, in prachtige ontwerpen. Er werd gewerkt van begin (gieten van edelmetaal) tot aan eindproduct. Tevens was de eigenaar taxateur en diamantzetter. Ik mocht hier werken aan mooie werkstukken. Dat ging op het scherpst van de snede, vanwege de combinatie van met name de hoge kwaliteit edelstenen en de wensen van de klanten. Deze periode was een harde leerschool maar heeft enorm geholpen in het bedrijfsmatig kunnen denken in termen van ontwerp, kosten, tijd, materiaalverbruik en mogelijkheden voor de klant. Aansluitend ben ik begonnen met mijn eigen bedrijf: OBRE Jewelry (zeg: Oo- Bree). De naam komt uit het Spaans en betekent vrij vertaald een daad, handeling of actie. In het logo is een oog in een driehoek verwerkt omdat ik sterk geïnspireerd wordt door architectuur. Het oog staat centraal omdat je als goudsmid een scherp oog moet hebben en het voor de drager ook vaak gaat om zien en gezien worden. Op mijn website en instagram-account kun je meer vinden over mijn inspiratiebronnen. Ik kan alle wensen en ontwerpen van klanten vorm geven, maar werk wat ik zelf maak is een combinatie tussen geometrische/ strakke vormen in combinatie met organische vormen. Op mijn (openbare) pinterest- bord vindt je wat inspiratiebronnen.
Het uitoefenen van het vak van goudsmid is zeer kostbaar, vanwege het gereedschap en de tijd, ruimte, en vaardigheden die je moet hebben om professioneel te kunnen werken. Ik had over de loop van de jaren al een groot deel van mijn gereedschap aangekocht, na onze verhuizing hebben Anna en ik ons eigen atelier in huis gebouwd. Het atelier is mijn werkruimte, ik ontvang er ook mensen, maar alleen mensen die ik ken of kennissen van mensen die ik of Anna kennen – vanwege de veiligheid.
Wat moet je kunnen om een goudsmid te zijn? Het is een ambacht. Dat betekent in de eerste plaats dat je goed moet kunnen luisteren naar vakmensen die langer in het vak werkzaam zijn.
Dat goed kunnen luisteren geldt in commerciële zin ook voor de klanten waar je mee te maken hebt. Persoonlijk vind ik dat een van de leukste aspecten van het vak, de emotie, als mensen echt blij zijn met datgene wat je gemaakt hebt. Daar doe ik het voor!
Daarnaast moet je het juiste gereedschap en apparatuur hebben, het volledig meester zijn en in perfecte conditie houden. En heel belangrijk is het goed kunnen kijken, kunnen focussen en geduld hebben. Goudsmeden kost tijd. In de tegenwoordige economie is daar in veel gevallen eigenlijk geen ruimte meer voor, omdat instant- satisfaction vaak leidend is: veel mensen willen direct hebben wat ze zien. Gelukkig zijn er nog genoeg mensen die het authentieke handwerk kunnen waarderen en daar dan ook iets voor over hebben.
Als goudsmid werk ik in goud en zilver, doe ik reparaties en aanpassingen/ maatwerk van sieraden, en bied ik eigen werk aan. Ook is het mogelijk om een eigen ontwerp op maat te maken (maatwerk/ speciale sieraden).
Ben je nieuwsgierig geworden? Kijk dan eens op mijn instagram account of op mijn website.
Talent op de tuin – Frank
Talent op de tuin – Frank
We zien elkaar op de tuin vaak voorovergebogen, met onze handen in de aarde. Maar al pratend ontdekken we dat vele tuinders nog vele andere hobby’s en talenten hebben. Zoals Frank bijvoorbeeld, van tuin 30:
Mijn naam is Frank Schimmel en ik ben geboren in Leiden. Mijn kennis van de natuur en tuinieren is beperkt. Dit in tegenstelling tot mijn partner Meike van tuin 30, die veel kennis heeft vanuit haar Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie verleden. Op dat kennisniveau komen gaat mij niet meer lukken, maar dat hoeft ook niet; het gaat mij meer om de grote lijnen; wat goed is voor de natuur en waarom.
Als jochie van 10 verhuisde ik naar Nieuwerkerk aan den IJssel. Het dorp had toen nog een handvol praktiserende boeren. Helpen met het stapelen op de hooiwagen is een van mijn vroegste herinneringen aan de natuur. Want dat stadsjochie uit Leiden verbaasde zich over al die bloemen, kruiden en distels op het land. “Dat die koeien nog gras weten te vinden”, dacht ik bij mezelf. Nu, zoveel jaren later, zie ik weilanden erbij liggen alsof ze met groen asfalt zijn bedekt en denk ik met weemoed terug aan die tijd.
Ik ben actief lid van de natuur- en vogelwacht Rotta en dat geeft mij het gevoel dat ik wat tegenwicht kan bieden. Het is een leuke en sociale groep mensen met een gemeenschappelijk doel: het behouden en onderhouden van de natuur met respect voor vooral de vele kleine stukjes groen die ons nog resten. En, net als bij mijn andere hobby’s, leer je al doende een hoop van al die medevrijwilligers met soms diepgaande kennis en specialisaties.
Mijn meest recente hobby is energiecoach. Dit zijn vrijwilligers die cursussen hebben gevolgd op het gebied van o.a. isoleren, ventileren, warmtepompen, zonnepanelen en het gebruik van een infraroodcamera. Met die camera leggen we (gratis) bezoek af bij mensen die een energiescan van hun huis gemaakt willen hebben. Ik interview de bewoners, bekijk het huis, maak infraroodfoto’s met de camera die de warmtelekken en koudebruggen vastlegt. Vervolgens stel ik een rapport op dat men toegestuurd krijgt. Ik ontvang veelal positieve reacties en ontmoet regelmatig interessante mensen die veel te vertellen hebben. Met mijn coachwerk hoop ik een bijdrage te leveren aan de energie transitie en de vermindering van de CO2 uitstoot.
Heb ik dan nog hobby’s over…? Ja, ik sport graag (fitness) en tot voor kort kreeg ik schaatsles op de schaatsbaan Rotterdam. Want met schaatsen is het al net zo als met tuinieren; het lijkt allemaal zo eenvoudig en vanzelfsprekend maar dat is het beslist niet. Daar kom je pas achter als je er meer van weet en het meer aandacht geeft. Of zoals een bekende voetballer eens zei: “je gaat het pas zien als je het door hebt”.
Talent op de tuin – Laura

Talent op de tuin – Laura
Tuinders staan bekend als mensen die graag met de handen in de aarde werken.
Dat die liefde voor klei uit de handen niet tot tuinieren beperkt hoeft te blijven, bewijst Laura,
tuin 54. Laura is gegrepen door werken met klei.
Laura hoe is dit zo ontstaan, hoe lang ben je al bezig en waarom en wanneer werd je erdoor gegrepen?
Totaal onverwacht ben ik met het maken van keramiek in aanraking gekomen. In de loop der jaren heb ik regelmatig een beeldentuin bezocht, maar heb nooit het idee gehad om het zelf te gaan doen (ik heb op beeldend vlak, tekenen of schilderen totaal geen talent of feeling, ik vind het knap dat anderen dit wel kunnen maar ik ben niet behept met zulk talent), tenminste dat dacht ik tot voor kort…
Afgelopen zomer had ik een creatief personeelsuitje van mijn werk bij een keramiste in Ouderkerk aan den IJssel. Mijn eerste gedachte was “HELP, wie heeft dit bedacht?” Gelukkig was ik niet de enige met twijfels en het negatieve commentaar en gemor over dit uitje bleef een tijdje in de lucht hangen. Aangezien ik wel van een uitdaging houd, begon ik het maar te zien als een dagje gezellig knoeien met klei, ook gezellig met z’n allen. Onder het genot van koffie, thee en wat lekkers werden we in de prachtige beeldentuin van de keramiste ontvangen. Daar was veel te zien, van vogels in allerlei soorten en maten, mensfiguren, drinkschalen, schuilobjecten voor insecten, sprookjesachtige figuren , muziekinstrumenten – we keken onze ogen uit. Vol goede moed en inspiratie begaven we ons na de koffie naar het atelier waar het allemaal moest gebeuren… Enorme hompen klei stonden daar op ons te wachten en ik had meteen een déjà vu van een klas met kleuters die met een hompje klei voor zich op tafel zaten te zwoegen op een asbak of kaarsenstandaard voor vaderdag. Tijdens het maken van de basis van mijn werkstuk (met lange rolletjes klei een holle bal vormen) voelde ik een zekere rust en grote concentratie, en verrassend, ook inspiratie. Ik zag in gedachten al hoe het proces zou moeten verlopen, de realiteit pakte echter anders uit. Dit eerste werkstuk is een vrouwfiguur van bodem tot schouders geworden (naar voorbeeld van een bestaand beeld). Omdat mijn basisbal maar bleef groeien tijdens de opbouw, al snel veel groter, breder en langer werd dan bedoeld en ook nog en een enorme eivorm aannam, heeft het beeld een ietwat abstracte uitstraling gekregen, maar is het wel herkenbaar als vrouwelijk figuur. Gedurende dit hele proces van schepping wist ik voor mezelf al dat dit naar meer smaakte. Na afloop tijdens een afsluitende borrel met hapje uitte ik die wens waarop meerdere collega’s aangaven ook wel een vervolg te zien zitten. En zo werd dit avontuur afgelopen herfst/winter voortgezet met nog een aantal lessen.
Wat brengt het je?
Het brengt mij rust en inspiratie, ik vind het fijn om scheppend bezig te zijn, lekker met mijn handen werken, in de aarde of in dit geval klei. Ik ga helemaal op in waar ik mee bezig ben en in mijn eigen bubbel.
Is er een connectie met tuinieren?
Ik ervaar die connectie absoluut. In de tuin ben ik ook scheppend bezig, geconcentreerd leg ik iets aan, zaai, schoon op. Ik raak de ene keer geïnspireerd, kom tot inzichten en voel me kalm en sereen. Op die manier kan ik mijn hoofd leeg maken en afstand nemen van de dingen van de dag, issues die me soms in de weg zitten anders te bekijken. Het verschaft vaak helderheid. Toen ik serieus begon te tuinieren was ik eind 20, ik had een burn-out, een peuter van twee jaar en een nieuw huis met een enorme tuin die zwaar verwaarloosd was. Ik merkte tijdens het werken in de tuin dat het mij hielp om gedachten en gevoelens te ordenen, tot inzicht en rust te komen. De kers op de taart was uiteindelijk een heerlijk leefbare tuin waar ik mijn ei in kwijt kon. Naast wandelen is tuinieren altijd mijn ‘redding’ geweest in moeilijke periodes. Dit alles ervaar ik ook tijdens het scheppende proces met klei, het is een mooie tijdelijke vervanging voor het werken in de tuin buiten het tuinseizoen.
Wat is je favoriete werkstuk?
Mijn tweede werkstuk, de uil die ik afgelopen herfst/winter heb gemaakt, is mijn favoriet. Het was een grote uitdaging om deze te maken aan de hand van een idee dat ik had (ik houd van uilen, het is mijn favoriete vogel). Ik liep tegen grote uitdagingen aan wat betreft het stevig en ovenbestendig monteren van bepaalde onderdelen van de uil. Uiteindelijk was iedereen er zwaar van onder de indruk, complimenten van de docent, trots op mijn eigen kunnen en een blij eindresultaat, hij is prachtig geworden!
Heb je een bepaald thema dat je graag gebruikt?
Tot nu toe nog niet, ik heb pas twee werkstukken gemaakt. Er staan nog twee uilen gepland, zodat de eenzame uil in de toekomst een happy family gaat worden. Verder denk ik aan een bladvormige fruitschaal en een waterdrinkschaal voor vlinders, bijtjes en libellen in de vorm van een open bloeiende klaproos, deze zet je dan op een stok in de tuin. Mijn streven is om de techniek nog veel beter onder de knie te krijgen omdat de mogelijkheden dan onbeperkt zijn, een groot abstract sierobject lijkt mij een mooie uitdaging voor de toekomst.
Waar volg je lessen en kunnen anderen zich ook aanmelden?
De lessen volg ik met een aantal collega’s bij Anneke Slappendel in Ouderkerk aan den IJssel. Dit voorjaar gaan we verder met de volgende sessie van 4 lessen, daar verheug ik mij enorm op. Helaas verzorgt Anneke in principe geen reguliere cursussen meer, alleen soms op aanvraag.
Zit er een expositie in?
Hahaha wie weet, misschien zet ik mijn werkstukken in de toekomst (als het er ruim meer dan twee zijn) eens ‘in de kijker’ tijdens een tuinfestiviteit in het clubgebouw/op de tuin.
Talent op de tuin – Tineke


Talent op de tuin – Tineke
Misschien is het u bij eerdere bijeenkomsten bij de tuinvereniging opgevallen: mooie schilderijen aan de wand en prachtige veldboeketten op de tafels. Tijd om op zoek te gaan naar de vrouw achter al dit moois.
Voor Tineke –want zij is de maker- is het tuinieren en schilderen nauw met elkaar verbonden. Het begon allemaal al in haar jeugd. Haar grootvader was tuinman en had daarbij een moestuin. Ze herinnert zich nog hoe zij genoot van het buiten zijn als zij met haar opa in de kruiwagen mee mocht de tuin over. Het is een indruk die haar altijd is bijgebleven. Een eigen moestuin bleef altijd een droom van haar.
Naast haar baan in het onderwijs studeerde ze aan de kunstacademie in Amsterdam. Ze ontwikkelde daar een impressionistische stijl. Op een goede dag zette ze met een aantal medestudenten de ezel op in een moestuin. Het bleek voor haar een onuitputtelijke bron van inspiratie. Op de dag dat ze foto’s op ons vereniging maakte, liep ze een bestuurslid tegen het lijf die haar aanraadde zich in te schrijven op de wachtlijst.
Inmiddels is Tineke met pensioen is ze van een halve tuin naar een hele tuin gegaan. Tineke heeft verschillende malen geëxposeerd, verzorgt lessen bij bijvoorbeeld een zomerschool of bij de dagbesteding. Daarnaast schildert zij ook dierenportretten.
Wilt u meer van haar werk zien, kijk dan op: www.tinekevanhattem.nl. Bent u of kent u een talent op de tuin geef het door via: volktuinver.deamateurtuinder@hotmail.com.
Misschien is het u bij eerdere bijeenkomsten bij de tuinvereniging opgevallen: mooie schilderijen aan de wand en prachtige veldboeketten op de tafels. Tijd om op zoek te gaan naar de vrouw achter al dit moois.
Voor Tineke –want zij is de maker- is het tuinieren en schilderen nauw met elkaar verbonden. Het begon allemaal al in haar jeugd. Haar grootvader was tuinman en had daarbij een moestuin. Ze herinnert zich nog hoe zij genoot van het buiten zijn als zij met haar opa in de kruiwagen mee mocht de tuin over. Het is een indruk die haar altijd is bijgebleven. Een eigen moestuin bleef altijd een droom van haar.
Naast haar baan in het onderwijs studeerde ze aan de kunstacademie in Amsterdam. Ze ontwikkelde daar een impressionistische stijl. Op een goede dag zette ze met een aantal medestudenten de ezel op in een moestuin. Het bleek voor haar een onuitputtelijke bron van inspiratie. Op de dag dat ze foto’s op ons vereniging maakte, liep ze een bestuurslid tegen het lijf die haar aanraadde zich in te schrijven op de wachtlijst.
Inmiddels is Tineke met pensioen is ze van een halve tuin naar een hele tuin gegaan. Tineke heeft verschillende malen geëxposeerd, verzorgt lessen bij bijvoorbeeld een zomerschool of bij de dagbesteding. Daarnaast schildert zij ook dierenportretten.
Wilt u meer van haar werk zien, kijk dan op: www.tinekevanhattem.nl. Bent u of kent u een talent op de tuin geef het door via: volktuinver.deamateurtuinder@
Interview met de nieuwe bestuursleden Femke van Leeuwen en Ronald Hessels
mei 2023


Interview met de nieuwe bestuursleden Femke van Leeuwen en Ronald Hessels
mei 2023
Hetti: Voor de oudgedienden op de tuin zijn jullie inmiddels bekende gezichten. Maar sommigen kennen jullie alleen maar van gezicht. Kunnen jullie iets over je zelf vertellen, waarom je in het bestuur bent gegaan en wat je voor de vereniging meebrengt?
Femke: Martin (onze voorzitter) heeft me gevraagd het bestuur te versterken als penningmeester en omdat ik vind dat de vereniging belangrijk is voor ons tuinders, wil ik daar wel mijn steentje aan bijdragen. Er wordt door het bestuur en de werkgroepen van alles geregeld voor ons, dat is toch fijn! Nu is penningmeester niet mijn droomklus, maar iemand moet het doen toch? Ik hoop dat ik Magda haar harde werk goed kan voortzetten. Naast de moestuin werk in ik de makelaardij van mij en mijn man. Daar doe ik voornamelijk de backoffice en de boekhouding. Op vrijdag mag ik voor de klas als leerkracht basisonderwijs. Al het drukke werk wissel ik af met buiten zijn; met de bordercollies trainen bij de schapen, de bijen verzorgen, tuinieren.
Ronald: Tot begin dit jaar werkte ik vijf dagen in de week als ambtenaar voor de gemeente Gouda en werkte ik hoofdzakelijk alleen in het weekend in de tuin. Sinds begin dit jaar werk ik nog maar twee dagen in de week (eind dit jaar ben ik 66 en stop ik met werken). Martin wist dit en vroeg me of ik me in wilde zetten voor de tuin. Jarenlang heb ik het uiterst comfortabel gevonden dat er een bestuur was die van allerlei dingen voor ons regelde. Nu ik meer tijd heb vind ik het plezierig dat ik ook iets terug kan doen. Waar ik goed in ben…?? Een lastige vraag Hetti!! Ik wil me in ieder geval inzetten voor het versterken van de onderlinge band. Daar was ik al voorzichtig mee begonnen in de Party Squad (Laura, Petra, Meike, Elly en David). Met de Party Squad hebben we al een aantal leuke evenementen georganiseerd zoals de “Oogstdag”, de Nieuwjaarsbijeenkomst en de “Opschoondag”. Met dit soort activiteiten leren we elkaar ook op een andere manier kennen.
Hetti: Leuk om jullie verhalen te horen over waarom jullie in het bestuur zijn gegaan. Maar jullie zijn ook tuinders. Hoe lang tuinen jullie al, wat zijn jullie successen wat is de grootste tuinmisser, je favoriete gereedschap en wat kweek je het liefst?
Ronald: Toen ik 50 werd, ben ik lid geworden van de net opgerichte amateurtuinder. Ik kon kiezen welke tuin ik hebben wilde want er was nog volop keuze. Als 50-jarige is tuin nummer 50 natuurlijk leuk. Maar ik vertelde me – er stonden toen nog geen nummers bij de tuinen – en ik zit nu op tuin 48.
Mijn grootste tuinsucces is toch wel dat ik het hele jaar wel uit de tuin kan eten. Hetzij vers, hetzij ingemaakt (komkommers, courgette, jam, chutney, sambal) of klaargemaakt en ingevroren (pastasaus, rodekool, boerenkool, bietjes, appelmoes, peertjes, aardbeien, rabarber). Zo zorg ik voor de productie en Ineke, mijn vrouw, voor de inmaak en bereiding.
Mijn grootste misser?? Er mislukt genoeg! Dan heb je in de kas alles mooi voorgezaaid en daarna netjes in rijtjes in de volle grond uitgeplant en dan is de volgende dag alles opgevreten door de slakken en fazanten! Maar ja, dat hoort erbij zegt men! Ik heb nog steeds moeite met bonen. Welke groeien nu omhoog en welke blijven laag. In een van de eerste jaren had ik een hele
bonenstellage gemaakt bij snijbonen die niet hoger werden dan 20 centimeter. Dan voel je je toch wel wat lullig; ik heb de stellage toen maar snel opgeruimd.
Femke: haha, dat had ik het eerste jaar ook!
Ronald: Dit jaar heb ik mezelf op een woelvork getrakteerd die mooi uitgestald stond tussen het andere gereedschap bij Vreeken (de “snoepwinkel” voor tuinders!). Het schijnt beter te zijn voor het bodemleven en het scheelt een hele hoop spitwerk. Op zich heb ik geen favoriet wat ik het liefste kweek. De snackkomkommer is elk jaar toch wel weer een verrassing als ik die in m’n kas zet. Elk jaar vind ik de aanschaf weer erg duur, 9 euro (en dit jaar met de inflatie?). Maar de opbrengst is elk jaar toch weer enorm. Tegen de tijd dat wij er genoeg van krijgen, net als met de courgette, zien de buren mij graag komen.
Femke: Dit wordt mijn tweede volle jaar dat ik in mijn tuin mag tuinieren. Ik heb daarvoor bij Rob en Freddy in hun tuin mogen meehelpen en ervaring mogen opdoen. Vroeger hadden mijn grootouders en ouders ook een moestuin en ik mocht als klein kind al de boontjes doppen. Ik vind het nog elke keer zo bijzonder dat er van zo’n heel klein zaadje een mooie plant met vruchten kan ontstaan; dankbaarheid, dat is wat ik dan voel! Mijn manier van tuinieren is eigenlijk gewoon maar doen, of het dan lukt of mislukt zie ik dan wel. Zo had ik vorige zomer ontzettend veel tomaten, maar is er niets overgebleven van mijn boerenkool (opgegeten door fazanten?). Maar ik heb het eerste jaar ook wel eens iets te enthousiast gezaaid en toen waren er in een keer 32 paksoi klaar. Ik probeer zo veel mogelijk natuurlijk te tuinieren. Dat betekent geen bestrijdingsmiddelen, respect voor de natuur, wisselteelt, niet spitten, maar dus ook regelmatig wat kwijtraken aan de dieren die ook van het verse groen, de groentes of het rijpe fruit smullen… Gelukkig is er op internet maar ook zeker onder de tuinders op het complex zo veel kennis te verkrijgen. Naast groente en fruit probeer ik veel bloemen te laten groeien, zodat mijn bijen, de wilde bijen en andere insecten voldoende nectar en stuifmeel kunnen vinden.
Mijn favoriete gereedschap is geen echt gereedschap, maar een emmer, daar kun je me vaak mee rond zien lopen. Ik werk graag met mijn handen: dat is wel wat meer werk, maar zo kun je fijn werk doen en haal je ook alles weg. Met mijn handen in de aarde geeft rust. Die rust is sowieso wat ik vind in de tuin.
Interview met Magda als aftredend penningmeester
mei 2023 – Meer passie, minder spitten

Interview met Magda als aftredend penningmeester
mei 2023 – Meer passie, minder spitten
Na vele jaren deel uitgemaakt te hebben van het bestuur van de vereniging, treedt Magda in 2023 af als penningmeester.
Het begon allemaal in 1993 bij de kascontrole van de vereniging die toen nog aan de Maatveldseweg een plaats had. In 1995 werd zij penningmeester. Zij heeft dit dus 28 jaar gedaan. En niet alleen voor onze vereniging, ook op landelijk niveau bij de AVVN nam zij deel aan het bestuur als penningmeester. Magda zegt dat zij meestal gevraagd wordt om aan een bestuur deel te nemen omdat er een penningmeester nodig is.
Op de vraag wat haar zo in dit vak aantrekt, antwoordt ze dat ze er echt van kan genieten als links en rechts op de balans ook echt in evenwicht is. Als er toch een verschil lijkt te zijn, puzzelt ze net zo lang tot ze gevonden heeft wat dat veroorzaakt. Ook stelt ze er eer in op iedere vraag (bijvoorbeeld door de kascommissie) onmiddellijk een helder antwoord te hebben. Ze houdt ervan om te ordenen. Kortom het is echt een mooi vak dat, ten onrechte, vaak onderschat wordt.
Magda heeft het terrein aan de Hitlandselaan met het toenmalige bestuur letterlijk van de grond af aan opgebouwd. In januari 2007 was de officiële start. In het begin was er geen wachtlijst, sterker nog, pas twee jaar later was iedere tuin bezet. Het verschil met de Maatveldsewegtijd is groot. Geen kantine, geen verplichte werkbeurten. Het is juist in de vrijwilligheid van deelname aan activiteiten dat er verbondenheid ontstaat. Ook het tuinieren zelf is in de loop van de tijd veranderd. Er is steeds meer zorg voor de biodiversiteit gekomen. Magda vat het bondig samen als “meer passie, minder spitten”.
Ze ervaart het als een voorrecht om in dit mooie stukje natuur te mogen zijn. Ze deelt deze heerlijke plek door ook mensen vanuit een project van de kerk “durf te…. tuinieren”. 4 tot 5 mensen komen regelmatig langs om te genieten van de tuin.
Magda heeft niet echt een favoriet gereedschap, maar hanteert vaardig het voegenmes om stoepplantjes in te tomen. Het is haar wens om nog eens echt een goede rabarberoogst te krijgen en haar ultieme tuingeluk bestaat eruit rijpe aardbeien, warm van de zon, zo van de tuin, op te eten.
Openingstijden
Het complex is toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. De tuinen zijn voor bezoekers te betreden na toestemming van de tuinder.